Javascript Menu by Deluxe-Menu.com

Op naar boven

Februari 2005. De treinen hebben eindeloos proef gereden in de schaduwstations en de fouten zijn er wel uit. Een mooi moment om weer eens verder te gaan bouwen. Het bovenste – zichtbare – niveau heb ik ontworpen met veel vloeiende sporen en soepele overgangsbogen. Het is erg lastig om die uit de hand precies goed neer te leggen. Daarom heb ik het hele ontwerp 1:1 uitgeprint en op het hout geplakt. Je weet dan exact hoe je moet zagen en waar de rails gaan komen.

De rails leg ik op smalle stroken vloerisolatie. Het blauwe spul haal je in grote pakken bij de Gamma en is ongeveer 3 mm dik. Met een scherp mesje heb ik de platen versneden tot repen van 2 cm breed. De smalle stroken kun je makkelijk in een boog buigen. Je legt de stroken langs de middellijn van de rails. Eerst leg je de ene helft en wanneer de lijm droog is, de andere helft. Je kunt ook de kurkstroken van Faller gebruiken, maar dit is veel goedkoper en gemakkelijker.

Zo groeit de ondergrond stapje voor stapje. Dankzij de naad tussen de strookjes isolatie kun je de hartlijn van de rails terugvinden. Dat is erg handig bij het leggen van de rails. In het traject van De Lage Zij liggen diverse bruggen. De plaats van de bruggen laat ik alvast open. Ook breng ik al de waterbodem aan onder de brug. Het inbouwen van de brug is straks zo een fluitje van een cent.

Het grote station en de stad kennen een vrij vlak landschap. De onderbouw bestaat uit een dubbel lattenframe dat een maximale diepte van 4 cm toelaat. Deze techniek is vooral geschikt om snel grote vlakken te bouwen. Buiten de stad is het landschap meer geaccentueerd. Hier werk ik met spanten die de contouren van het landschap aangeven. De spanten steunen op het basisframe. In de spanten zijn openingen uitgespaard voor de sporen op het onderste niveau.

Wanneer de lijm droog is, wordt de ondergrond bruin geschilderd. De lichte kleur van het hout en het felle blauw van de vloerisolatie schijnen later dan niet door de ballast. De bogen hebben een verkanting van maximaal 1 mm. In de overgangsboog loopt de verkanting langzaam op. Bij deze boog heb ik de verkantingstrips van Noch gebruikt. Op elkaar geplakte strookjes papier werken net zo goed.

En dan komen de rails. Ik leg eerst de wissels neer omdat ze precies boven de sleuven voor de wisselaandrijvingen moeten komen. De rails worden tijdelijk vastgezet met schroeven en ringetjes. Na het ballasten van de rails worden ze weer verwijderd. Maar zover zijn we voorlopig nog niet.

Eerste blik op Zwabberdam

Maart - mei 2005. Na een tijdje stug doorbouwen heeft De Lage Zij een mijlpaal bereikt. De sporen voor het station van Zwabberdam liggen op hun plaats. Helaas rijden er nog geen even treinen hier. Het wachten is nog op de BMD16-SD bezetmelders, zodat de rails aangesloten kunnen worden. De rails zijn tijdelijk vastgezet met schroeven en ringetjes. Na het ballasten worden ze weer verwijderd.

Ook de rest van het sporenplan is gelegd. Door middel van spanten zijn de contouren van het landschap al aangegeven. De ruimte tussen de spanten wordt opgevuld met piepschuimplaten, waarin het reliëf van het landschap wordt uitgesneden. Aan de Hippel kun je goed ziet dat alle bogen verkanting hebben.

Natuurlijk hebben alle wissels een aandrijving met geheugendraad. De aandrijvingen zijn afgedekt met een strookje overhead sheet. Bij het aanbrengen van de ballast kan er zo geen lijm of ballast in komen. Uiteindelijk verdwijnen de aandrijvingen helemaal onder de grond. De aandrijvingen die ik hier heb ingebouwd zijn een doorontwikkeling van de aandrijvingen in de schaduwstations. De draden zijn langer en de voorspanning van de draad kan van onderaf worden ingesteld.

Een kijkje onder de baan. Overal hangen de printjes met elektronica voor de wisselaandrijvingen. In totaal zijn er nu 72 aandrijvingen met geheugendraad geïnstalleerd. De verborgen sporen lopen door gaten in de spanten waarop de zichtbare sporen zijn gebouwd.

En zo ziet De Lage Zij er nu uit. Helemaal links komt het station van Zwabberdam. In het midden van de ruimte loopt de zijlijn naar Magerveen. Aan de rechterkant loopt de andere tak van de hoofdlijn naar Zwabberdam. Achter de trap is een werkblad. Daar staat ook de computer die de baan bestuurt.

Achter de trap komen de treinen te voorschijn en verdwijnen ze weer uit het zicht. De beide takken van de hoofdlijn kruisen elkaar hier. Tot nu toe ligt er een tijdelijke verbinding waardoor treinen van het ene schaduwstation naar het andere kunnen rijden. Zo heb ik de schaduwstations kunnen testen voordat ik de rest van de baan erboven bouwde. De verbinding verdwijnt zodra de rest van de baan is aangesloten. Voor het station van Magerveen heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het schitterende Artitec model van station Hoogkarspel.

Op de schop

Augustus 2005. De 2401 snort door Magerveen. Na een paar maanden stug doorbouwen is de hele baan nu eindelijk rijvaardig. Alle rails zijn aangesloten op de BMD16-SD terugmelddecoders. In totaal zijn er 10 decoders nodig voor De Lage Zij. Het aantal bezetmeldpunten komt daarmee uit op 160.

Een 2200 rijdt door de wisselstraat aan de oostzijde van station Zwabberdam. De lange Engelse wissels van Roco zien er fraai uit. Helaas rijden de treinen er minder goed over dan over de Tillig rails. De wielen maken meer lawaai en een enkele keer raakt een wagen letterlijk het spoor bijster. De 1010 sukkelt over stationspoor 4. Ook in werkelijkheid waren de locs vaak onderweg met een lange sleep kolenwagens.

De Lage Zij is flink op de schop gegaan om de basis van het landschap te bouwen. Ik heb eerst de zijkant van het tafereel afgetimmerd met houten schotten in de contouren van het landschap. Daarna worden de gaten tussen spanten opgevuld met platen triplex. De bovenkant van het triplex valt gelijk met het laagste punt in het landschap.

Het landschap is gemaakt van piepschuim, oftewel styropor. De platen piepschuim van 1 en 5 cm dik komen gewoon uit de bouwmarkt. Ik hak eerst de platen grofweg in de juiste vorm en plak ze op hun plaats met de professionele variant van Bison Poly-Max. Cocktailprikkers houden de platen op hun plaats terwijl de lijm droogt. Daarna snij ik met een scherp mes laagje voor laagje het landschap helemaal in vorm.

Een soldeerrevolver is ideaal om sloten uit te snijden. De normale soldeerpunt wordt hiervoor vervangen door een dikke koperdraad. De draad wordt in de vorm van de dwarsdoorsnede van de sloot gebogen. Gaten, kieren en de bodem van de waterwegen worden afgewerkt met een laagje gips.

De styroporplaten zijn niet overal even handig. Sommige delen van het landschap heb ik gemaakt met de bekende gaas-gips-methode. De ruimte tussen de spanten wordt daarbij overspannen met aluminium gaas. Het gaas wordt met een simpele nieter op het hout vastgezet. Het wordt afgewerkt met een laagje gips. Zo ontstaat een soort miniatuur gewapend beton dat ijzersterk is.

Seinen en schorten

Oktober 2005. De Blokkendoos passeert een sein dat het seinbeeld ‘groen knipper + 6’ toont. Het sein mag dus voorbijgereden worden met maximaal 60 km/h. Er staan heel wat lichtseinen langs de baan. Alle seinen komen bij Henckens vandaan. Ze zien er op zich goed uit, maar het schilderwerk is nog wel eens slordig. Ik heb bij alle seinen de witte banden opnieuw op de mast geschilderd. Later worden de seinen nog verder afgewerkt met nummerschildjes.

De treinen stoppen niet zo maar voor de seinen. Dankzij 10 BMD16-SD terugmelddecoders weet de computer precies waar welke trein is. Het programma Koploper zorgt ervoor dat de treinen netjes optrekken, afremmen en precies voor het sein stoppen. Het Nederlandse seinstelsel is ingebakken in het programma. Alle seinbeelden, inclusief eventuele snelheidsbeperkingen, worden juist weergegeven. Voor het aansturen van de seinen maak ik gebruik van de OM32 serial van Leon van Perlo. De modules worden direct op de tweede seriële poort van de computer aangesloten.

De lichtblauwe 2401 nadert een voorsein. In Nederland komen voorseinen maar zelden voor. Meestal fungeert het hoofdsein gelijk als het voorsein voor het volgende sein. Aparte voorseinen zijn te herkennen aan minimaal drie rechte hoeken. De bruine 2200 stopt voor een onveilig hoofdsein. Een hoofdsein herken je aan de afgeronde hoeken en de drie lampen.

De Hippel sleept een tweetal goederenwagens over de zijlijn. Aan de stand van de loc is de verkanting in de krappe boog goed te zien. De maximale verkanting is ongeveer 1 mm. In het station staan diverse hoofdseinen op een rijtje als uitrijseinen. Goederensporen en opstelsporen worden beveiligd met de lage dwergseinen.

De verborgen sporen en de schaduwstations moeten ondanks het landschap wel goed bereikbaar blijven. Daarom heb ik overal opklapbare luiken in de schorten rond de baan aangebracht. De luiken zijn opgehangen aan scharnieren die normaal voor keukenkastjes gebruikt worden. Ze vallen naadloos in de schorten. De hele rand wordt later nog donkergrijs geschilderd.

En daar staan we dan. Een groot deel van de baan is voorzien van een ruw landschap. De randen zijn netjes afgetimmerd. Langzaam begint De Lage Zij te veranderen van een treinbaan in een modelbaan.

lees verder →

2005

1 - 2 - 3 - 4

© Huib Maaskant - Alle rechten voorbehouden - aim@floodland.nl