Javascript Menu by Deluxe-Menu.com

Modules en segmenten

Het bouwen in modules is al jaren gemeengoed in Nederland. Diverse clubs exploiteren grote clubbanen die helemaal zijn opgebouwd uit modules. Het grote voordeel van een modulaire modelbaan is dat je hem gemakkelijk kunt opbouwen, afbreken en verplaatsen. In principe zou je de baan ook telkens in een andere vorm kunnen opbouwen. Door duidelijke normen af te spreken voor het profiel van de kopschotten en de maatvoering is het mogelijk om modules van verschillende bouwers en clubs aan elkaar te koppelen. Dat gebeurt regelmatig op bijeenkomsten van bijvoorbeeld Fremo en M-track.

Niet elke module hoeft precies aan de normen te voldoen. Dikwijls wordt er gebouwd in groepen modules - bijvoorbeeld voor een station - waarbij er op de overgangen van de modules meer sporen liggen dan normaal het geval is. De uiteinden van de buitenste modules hebben dan wel weer een standaard profiel, zodat de inbreng in zijn geheel toch te koppelen is met andere bouwsels.

Ook in spoor nul wordt er driftig in modules gebouwd. Zo is het mogelijk om ondanks beperkte ruimte thuis samen een indrukwekkende spoor nul baan neer te zetten. Sommige clubs bouwen volgens een algemene standaard, terwijl andere er zo hun eigen standaard op na houden.

Voor Nederland heeft de Werkgroep Spoor Nul Modulen een handboek met normen opgesteld, zodat in elk geval de Nederlandse modules onderling te koppelen zijn. Een van die normen beschrijft het standaard eindprofiel of kopschot van de modules. De standaardovergang is gebaseerd op het zogenaamde Fremo D-profiel.

Dit is een standaard module voor spoor nul. Het spoor ligt in het midden van de module. Beide uiteinden hebben het standaard profiel. De standaard spoor nul module meet 1,20 x 0,6 meter, wat gelijk is aan een standaard module in H0.

Buitenlust

Buitenlust wordt in modules gebouwd, maar lang niet alle modules voldoen aan de standaard. Ik noem ze dan ook liever segmenten in plaats van modules. De segmenten vormen groepen en elke groep is een afgerond deel van de baan. Zo bestaat station Baarn NCS uit vier segmenten en limonadefabriek Vrolic uit twee stuks. De segmenten zijn langer en breder dan een standaard module.

De uiteinden van de buitenste segmenten van een groep hebben voor zover mogelijk het Buitenlust Standaardprofiel dat past op het standaardprofiel van de werkgroep. Delen van Buitenlust zouden dus op een beurs of bijeenkomst gekoppeld kunnen worden aan andere modules. De belangrijkste reden om Buitenlust in segmenten te bouwen is echter niet deelnemen aan een beurs. Ik doe het vooral om de baan verhuisbaar te houden.

De segmenten hebben een stevige rand van 18 mm multiplex. De vorm van de rand legt meteen de contouren van het landschap vast. In H0 zou je niet zo snel 18 mm multiplex gebruiken, maar in 0 is alles toch flink zwaarder en wat extra stevigheid kan dan geen kwaad. De segmenten steunen op houten schragen. Reizende modulebanen hebben in hoogte vestelbare poten. Omdat de vloer in onder Buitenlust volmaakt vlak is, is dat niet nodig. De segmenten worden met vier M8 bouten aan elkaar geschroefd.

Een hoeksegment in aanbouw. De randen van de module en het tracé zijn gemaakt van 18 mm multiplex. De rails liggen op een strook 5 mm triplex. De ruimte naast het spoor is opgevuld met 12 mm multiplex. Het landschap wordt later verder ingevuld met piepschuim. De randen worden geplamuurd, geschuurd en strak in de zijdeglans antraciet gezet. De donkergrijze kleur laat het diorama mooi uitkomen.

Het schaduwstation van Buitenlust beslaat drie segmenten. De segmenten zijn volledig vlak en worden verder niet aangekleed. Het uiteinde heeft weer een standaard profiel, zodat het schaduwstation met standaard spoor nul modules en andere segmenten van Buitenlust te combineren is.

De module standaard schrijft ook een elektrische standaard voor. Bij Buitenlust maak ik daar geen gebruik van, omdat de standaard bekabeling te weinig mogelijkheden biedt. Per groep segmenten is er een segment het elektrisch middelpunt. Op dit segment worden de voedingsspanningen aangesloten. Onder het segment hangen alle decoders voor de wissels, de terugmelding en het aansturen van de verlichting. De andere segmenten binnen de groep worden op het centrale segment aangesloten via de universele module connector en 25-polige computerkabels. Elke groep staat volledig op zichzelf en kan los van de rest van de baan worden aangestuurd en getest.

Presentatie

Een goede presentatie is van onschatbare waarde. Een passende achtergrond maakt de illusie compleet. Een koof met verlichting zorgt ervoor dat de modelbaan goed uitgelicht wordt. De koof creëert ook het gevoel van een kijkdoos en zuigt de toeschouwer het diorama in.

De hele constructie wordt gedragen door lange latten die tegen de muur zijn geschroefd. De schragen waar de segmenten op steunen zijn aan de latten vastgemaakt met een enkele schroef. Tegen de staanders is een achtergrond bevestigd. De achtergrond is een strook hardboard. In eerste instantie is de achtergrond egaal matblauw geschilderd. Wanneer het landschap klaar is, wordt het hardboard beplakt met een print uit een fotoplotter. De print stel ik zelf samen met foto's van de echte omgeving in Baarn en Soest.

De koof bestaat uit een horizontale ligger die met uitleggers aan de vertical staanders is bevestigd. Onder de ligger hangen TL-buizen die het diorama diffuus van voren belichten. Als je de verlichting in de ruimte uitschakelt, lijkt het diorama licht uit te stralen. Het springt er zo echt uit. De voorzijde van de koof is afgewerkt met een strook hardboard. Net als de segmenten is de strook antraciet geschilderd.

2010

 

0

Download

Download het profiel als PDF.

profiel.pdf

© Huib Maaskant - Alle rechten voorbehouden - aim@floodland.nl