Javascript Menu by Deluxe-Menu.com

Terugmelding

Zo’n beetje elk digitaal systeem biedt de mogelijkheid om de treinenloop te automatiseren via de computer. Het computerprogramma moet dan wel kunnen zien of een trein een bepaald punt heeft bereikt. Het detecteren van treinen wordt ‘terugmelding’ genoemd. Terugmelding werkt met contacten die op vaste plaatsen in de baan zijn gebouwd. De terugmeldcontacten worden aangesloten op een terugmelddecoder die de stand van de contacten doorgeeft aan het digitale systeem. Strikt genomen is een terugmelddecoder geen decoder, maar een encoder. In de praktijk wordt echter van een terugmelddecoder gesproken.

Grofweg zijn er twee verschillende soorten terugmeldcontacten te onderscheiden. Er zijn contacten die een korte puls afgeven, zoals een schakelrail en een reedcontact. Zulke contacten zijn prima geschikt voor het aansturen van bijvoorbeeld een wisselstraatmodule. Aan de andere kant zijn er terugmeldcontacten die werken als bezetmelders. Dat betekent dat het contact ‘bezet’ is zolang een trein zich bevindt in de baansectie die op het terugmeldcontact is aangesloten. Wanneer er geen trein in de sectie staat, is het contact ‘onbezet’. Bezetmelders zijn bij uitstek geschikt voor het automatisch besturen van de treinenloop met de computer.

Bezetmelders zijn het makkelijkst te realiseren bij Märklin modelbanen. Terugmelding bij 3-rail is doorgaans gebaseerd op ‘massadetectie’. Elke loc en elke wagen wordt zonder problemen gedetecteerd. Terugmelding bij 2-rail is wat complexer. De slimste oplossing is om gebruik te maken van ‘stroomdetectie’. De bezetmelders reageren daarbij op stroomgebruikers als locs en wagens met binnenverlichting.

Systemen en standaarden

Naast de verschillende methoden om een trein te detecteren, zijn er nog verschillende manieren waarop de bezetmelding terechtkomt bij de centrale en uiteindelijk bij de computer. Elk digitaal systeem heeft zo'n beetje zijn eigen standaard voor het aansluiten van terugmelddecoders. Zo heeft Lenz de RS-bus en Selectrix de SX-bus. De databus voor terugmelding is namelijk niet vastgelegd als uniforme standaard en dus wil elke fabrikant graag het wiel opnieuw uitvinden.

De afgelopen jaren zijn twee standaarden boven komen drijven. Misschien niet omdat ze het beste zijn, maar omdat ze domweg het meeste worden gebruikt. Ten eerste de S88-bus. Oorspronkelijk werd de S88-bus door Märklin ontwikkeld, maar je vindt hem op diverse centrales terug. Zelfs als je centrale de S88-bus niet ondersteunt, is er vaak wel een oplossing te vinden om toch S88-decoders op je centrale aan te sluiten. De S88-bus is erg eenvoudig van opzet en kan ook niets anders dan bezetmeldingen doorgeven. Sommige modelspoorders hebben nog weleens last van storingen op de S88-bus. De standaard S88-kabels pikken makkelijk stoorsignalen op en bij het uitlezen wordt geen gebruik gemaakt van een bevestigingssignaal of foutcorrectie. De bekabeling is te verbeteren door over te stappen op s88-N en netwerkkabels te gebruiken.

De tweede standaard is LocoNet. Van meet af aan is LocoNet opgezet als een intelligente universele databus, die veel meer kan dan alleen bezetmeldingen doorgeven. Zo kun je er bijvoorbeeld boosters en handregelaars op aansluiten. LocoNet is uitgevonden door DigiTrax en als andere fabrikanten ermee aan de slag willen, moeten ze een dure licentie kopen. Dat is een grote rem op het succes van LocoNet. In Europa kom je LocoNet dan ook alleen tegen op de Intellibox van Uhlenbrock en zijn broertjes. Een ander nadeel is dat terugmelddecoders voor LocoNet een stuk complexer en dus duurder zijn dan hun S88 tegengangers.

Voor zowel het 3-rail als het 2-rail systeem heb ik samen met Eddy de Boer eigen terugmelddecoders ontwikkeld. De BMD16N is een terugmelddecoder met 16 contacten en is bedoeld voor massadetectie, het aansluiten van schakelaars of het werken met reedcontacten. De BMD16N-SD is een ge´ntegreerde terugmelddecoder met 16 contacten met stroomdetectie. De BMD16N-SD is vooral bedoeld door 2-rail modelbanen, maar zou je hem ook kunnen gebruiken als je Märklin rijdt. Beide decoders maken gebruik van de S88-bus om de bezetmeldingen door te geven aan de centrale. Ze zijn volledig compatible met de s88-N standaard en gebruiken minder storingsgevoelige netwerkkabels uit de computerwinkel. Door deze kabels en een aantal verbeteringen in de elektronica wordt de terugmelding veel betrouwbaarder dan bij standaard S88-decoders.

terugmelding bij 3-rail →
terugmelding bij 2-rail →

2003, bijgewerkt 2005, 2008

1 - 2 - 3

II-Z
© Huib Maaskant - Alle rechten voorbehouden - aim@floodland.nl